Logo The flexible shipbuilder

Investeren in werkgelegenheid met goed gevulde orderportefeuille

Gemoderniseerde bouwhelling
Met het uitrijden en plaatsen van een voorschip op 10 december jl. is bij scheepswerf Barkmeijer te Stroobos een belangrijke investering in een gemoderniseerde bouwhelling afgerond.

De oorspronkelijke bouwhelling, die in de 70-er jaren is gebouwd, was destijds bedoeld om schepen ter plaatse op te bouwen uit relatief kleine secties met een gewicht van gemiddeld ca. 30 ton. Om het bouwproces efficiënter te laten verlopen en onder betere werkomstandigheden te kunnen werken, is er in de loop der jaren heel wat veranderd. Er worden sinds een jaar of tien grotere stukken onder dak geassembleerd, zodat er nu complete scheepsdelen tot ca. 250 ton met speciale platformwagens naar de bouwhelling worden gereden. De fundatie van de bouwhelling was hier echter niet voor uitgelegd en is als gevolg daarvan steeds verder gaan verzakken. De transporten werden hierdoor steeds moeilijker uitvoerbaar terwijl er een toenemende behoefte ontstond naar nog grotere scheepsdelen. Mede ook om de veiligheid bij dergelijke transporten nog te kunnen garanderen, werd het noodzaak de hellingvloer grondig aan te pakken.

Echter een bouwhelling renoveren die voortdurend bezet is, is geen eenvoudige opgave. De volle orderportefeuille laat niet toe dat een gedeelte van de productiecapaciteit stil wordt gelegd. De uitdaging was dan ook om de helling te renoveren, zonder daarbij het lopende bouwprogramma van de nieuwbouwschepen te verstoren.
Hiertoe is een scenario bedacht, waarbij deze logistieke wokkel door goed plannen en improviseren kon worden uitgevoerd. Na een grondige voorbereiding en dankzij de praktische opstelling van de gemeente Achtkarspelen, kon op 4 mei jl. opdracht worden gegeven aan Notebomer’s Bouwbedrijf uit Lutjegast.

Het project werd opgedeeld in drie fasen, waarvan de eerste in mei is begonnen en in juli is opgeleverd. Vervolgens is de tweede fase begin november en de laatste fase begin december opgeleverd. De werkzaamheden werden in prima overleg tussen bouwvakkers en scheepsbouwers op elkaar afgestemd. Dankzij improviseren en inspelen op gewijzigde of onverwachte omstandigheden kon de afgesproken oplevering van elke fase steeds worden gehaald. Notebomer’s Bouwbedrijf heeft aangetoond  op een praktische manier met deze strakke deadlines om te kunnen gaan.
De belangrijkste mijlpaal was het transport van twee grote scheepsdelen op 7 november jl.. Het betrof hier het achterschip met een gewicht van ca. 400 ton en het middenschip van 670 ton voor een nieuw ontworpen schip. Op 10 december is het voorschip uit de assemblagehal gereden en als sluitstuk gekoppeld aan de rest van het schip. Hiermee is het nieuwe schip met een lengte van 100 meter in drie delen op de helling gezet en is tevens duidelijk geworden dat de mogelijkheden van de te transporteren gewichten enorm zijn toegenomen vergeleken bij de oude situatie. Om de geplande tewaterlating op 8 februari te kunnen halen en om de inmiddels overvolle werf te ontlasten, waren deze momenten van cruciaal belang om niet vast te lopen in de productie.

Op de gerenoveerde helling kunnen nu zonder problemen schepen worden gebouwd met een maximale lengte van ca. 160 meter. Bij kortere schepen zullen twee schepen geheel of gedeeltelijk parallel gebouwd worden. Het totale terrein wat nu is vernieuwd beslaat een lengte van ca. 245 meter bij een breedte van ca. 18 meter. Door de helling meteen ook te verhogen met 20 cm, zijn tevens de bestaande hoogteverschillen weggewerkt zodat er probleemloos met allerlei rollend materieel gewerkt kan worden. De inzet van hoogwerkers, heftrucks, rolsteigers etc. kunnen nu ook op de bouwhelling optimaal worden benut. Dit is een belangrijke verbetering zowel voor de veiligheid als de werkomstandigheden.
Naast de praktische voordelen zijn er ook nog organisatorische voordelen.  Met de nieuwe helling kan het werfterrein optimaler worden benut, omdat er transporttechnisch veel minder beperkingen zijn. In de eerste plaats betekend dit dat er meer (efficiënte) productieruimte bij is gekomen en er dus gemakkelijker aan meer scheepsdelen tegelijk gewerkt kan worden. Daarnaast kunnen de bouwscenario’s van de opeenvolgende schepen  beter op elkaar worden afgestemd en ontstaat er een optimalere bezetting voor de aanbouwploeg.

Barkmeijer Stroobos heeft met deze investering een flinke efficiencyslag gemaakt en staat daarmee goed gesteld om de inmiddels behoorlijk gevulde orderportefeuille goed aan te kunnen.


Orderportefeuille:
De orderportefeuille is de komende jaren goed gevuld en bestaat uit verschillende typen schepen.

Droge ladingschepen, geschikt voor het vervoer van bulklading, stukgoed en containers:
- Voor de Alkmaarse rederij De Bock Maritiem: een nieuw ontworpen schip met een laadvermogen  van 5.850 ton wat tevens geschikt is voor projectlading, levering april 2008.
- Voor de Friese rederij Tristar Shipping: een schip van 4.500 ton, de 15e in de succesvolle serie, levering juli 2008.
- Voor rederij Flinter uit Paterswolde/Barendrecht twee schepen van 5.500 ton gebaseerd op de serie 4500-tonners, levering eind 2008 en begin 2009.
- Voor rederij Wagenborg uit Delfzijl vier schepen, geschikt voor de vaart in ijs met een draagvermogen van 8.200 ton, levering 2009-2012.

 







Sleephopperzuiger
Barkmeijer heeft in het afgelopen decennium verschillende baggerschepen opgeleverd. Dit waren echter allen baggerschepen geschikt voor de winning van zand (zogenaamde zandwinschepen). Het meest recent opgeleverde baggerschip is geweest de ANDRE.L voor de Franse reder DTM in La Rochelle in september 2005. Dit schip is zeer succesvol in de vaargebied voor de Franse kust en geeft dus een goede referentie voor Barkmeijer als werf voor baggerschepen.
Mede dank zij de goede referenties en een concurrerend eigen ontwerp, kon er op 30 november een contract getekend worden met UK Dredging uit Cardiff (U.K.) voor de bouw van een sleephopperzuiger. Deze is geschikt voor onderhoudswerkzaamheden in een groot aantal havens, rivieren, riviermondingen en toegangsgeulen vanaf zee naar havens, met name rond het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Schotland en Wales). Aanvullend zal dit schip onderhoudswerkzaamheden doen in Duitsland, Ierland, Schotland, Nederland etc.

Het schip is voorzien van een diesel-elektrische installatie waarbij de elektrische energie wordt opgewekt door drie identieke generatorsets van 1200 kW, in totaal dus 3600 kW.
De voortstuwing van het schip geschiedt middels twee roerpropellers met een vaste schroef in een straalbuis, aangedreven door elektromotoren. Deze elektromotoren worden gevoed via frequentieregelaars  gebruikmakend van een geavanceerd systeem van vermogenselektronica. De roerpropellers kunnen 360 graden rond worden gedraaid en fungeren daarmee ook als roer, waardoor een hoge mate van manoeuvreerbaarheid wordt verkregen.
De baggerpomp wordt eveneens aangedreven door een elektromotor via een tandwielkast. Ook hierop wordt de nodige vermogenselektronica toegepast. Het baggersysteem bestaat verder uit 2 zuigbuizen met speciale sleepkoppen voor het efficiënt baggeren van havenslib, klei, zand, grint en los gesteente. Er zal slechts één zuigbuis tegelijk gebruikt worden, maar vanwege de beperkte ruimte in de nauwe havenbekkens zal dat de ene keer de stuurboord buis moeten zijn om langs de kade te kunnen komen, en de andere keer de bakboordbuis.
Het lossen van de hopperlading zal in het merendeel van de gevallen via de bodemdeuren plaatsvinden. Als alternatief kan de hopper ook leeggezogen worden met de baggerpomp en afgegeven worden naar een walpersleiding via de twee afgifteleidingen aan bakboord en stuurboord boven de hopper.
De eisen aan beperking van geluid zijn zeer hoog in dit ontwerp, zowel voor wat betreft het geluid dat wordt afgegeven aan de omgeving als voor het geluidsniveau in het schip. Doordat het schip baggert in bebouwde omgevingen dient daarmee rekening gehouden te worden.
Het baggerschip heeft de volgende hoofdafmetingen:
Lengte over alles 
75,00 
m. 
Breedte gemald
15,85
m.
Holte
  6,35
m.
Ontwerpdiepgang
 4,50
m.
Draagvermogen op ontwerpdiepgang
 2570
ton
Maximale baggerdiepgang
 5,60
m.
Draagvermogen op baggerdiepgang
 ca. 3775
ton
Hoppervolume bij overflow
 2300
m3.
Zuigbuisdiameters
 700
mm.
Maximale zuigdiepte
 25
m.
Snelheid
 12
kn.
Geïnstalleerd vermogen
 ca. 3600
kW.
2 roerpropellers, 2 x elektromotor   
 ca. 1500
kW.
1 baggerpomp, elektromotor
 ca. 800
kW.
Bemanning
 12
 




















De oplevering van dit onderhoudsbaggerschip is gepland in het 2e kwartaal 2010.


Werkgelegenheid:
Barkmeijer Stroobos is nog een van de weinige werven in het Noorden, die complete schepen in eigen beheer ontwerpt en bouwt. Van eerste schets tot compleet bedrijfsklaar schip, zowel serieschepen als innovatieve specials. Dit is alleen mogelijk met een goed op elkaar ingespeeld team van medewerkers en onderaannemers.
Gezien de genoemde ontwikkelingen is de werkgelegenheid voor de komende jaren veilig gesteld. Hierbij is er blijvende behoefte aan nieuwe medewerkers op verschillende vakgebieden. Naast lassers, ijzerwerkers en pijpfitters, is er ook plaats voor mensen met MBO en HBO opleiding. Hiervoor is een scheepsbouwachtergrond mooi meegenomen, maar niet altijd een eerste vereiste. Mensen die als teamspeler mee willen werken en bereid zijn een vak te leren zijn van harte welkom.



323.gif

Barkmeijer Stroobos BV,  Hellingstraat 10,  9872 PT  Stroobos, Nederland  Tel 0512-351201  Fax 0512-352495
shipyards@barkmeijer.nl  Neem contact op met Hans Veraart of Jos de Groot
KvK: Leeuwarden 01051400